Allergeneninformatie

Inleiding

Informatie is van wezenlijk belang voor consumenten die lijden aan voedselallergie of voedselintolerantie. Voor deze mensen is het gebrek aan gedetailleerde informatie een handicap, omdat ze nooit zeker weten dat de producten die zij kopen geen allergenen bevatten. Daarom moeten consumenten die lijden aan een voedselallergie of voedselintolerantie voldoende geïnformeerd worden over de samenstelling van levensmiddelen met behulp van het etiket. Om de consument beter te informeren over de samenstelling van levensmiddelen, heeft de Europese Commissie een richtlijn opgesteld om het etiketteren van levensmiddelen te verbeteren (2003/89/EG).

Het nieuwe etiketteringsrichtlijn heeft niet alleen direct gevolgen voor de wijze van etiketteren van levensmiddelen, maar is ook van invloed op de totale ketenbeheersing. Zonder juist inzicht in wat er met allergenen precies in een productiebedrijf gebeurt, is een juiste en zinvolle etikettering niet mogelijk. Een fabrikant die betrouwbare informatie wil geven over de aanwezigheid van allergenen stoffen, zal ook moeten proberen om kruisbesmetting te voorkomen. Een fabrikant moet het gehele productieproces beheersen, van keuze bij de inkoop van grondstoffen tot verkoop aan de consument, anders heeft de informatie op het etiket geen enkele waarde.

Voedselallergie

Een voedselallergie is een abnormale reactie van het immuunsysteem op een in principe onschadelijk voedingsmiddel of bestanddeel daarvan. Het gaat eigenlijk altijd om een eiwit. Het lichaam beschouwt het eiwit of de eiwitten in het desbetreffende voedingsmiddel als een indringer en produceert dan een overmaat aan histamine en andere chemische stoffen, die de strijd met dit eiwit moeten aanbinden. Reacties op voedingsmiddelen of ingrediënten waarbij het immuunsysteem geen rol speelt, worden aangeduid als voedselintolerantie of voedselovergevoeligheid.

Het aantal personen met voedselallergie of voedselintolerantie neemt voortdurend toe. Tevens worden er ook steeds meer nieuwe allergiën ontdekt. Allergenen veroorzaken niet alleen misselijkheid (meestal in chronische vorm), maar kunnen ook levensbedreigende reacties veroorzaken.

Wereldwijd wordt 90% van de voedselallergieën veroorzaakt door 8 belangrijke allergenen:
pinda's, sojabonen, noten, melk, eieren, vis, schaaldieren en tarwe.

Etikettering

Om de consument beter te informeren over de samenstelling van levensmiddelen, heeft de Europese Commissie een richtlijn opgesteld om het etiketteren van levensmiddelen te verbeteren. Een onderdeel van deze richtlijn betreft het vermelden van allergenen in de lijst van ingrediënten. Veertien als allergeen erkende voedingsmiddelen, alle afgeleiden daarvan en het additief sulfiet, dienen altijd en zonder uitzondering onder hun eigen naam in de lijst van ingrediënten te worden opgenomen.

De lijst van allergenen luidt officieel
  1. Granen die gluten bevatten en producten op basis van granen die gluten kunnen bevatten;
  2. Schaaldieren en producten op basis van schaaldieren;
  3. Eieren en producten op basis van eieren;
  4. Vis en producten op basis van vis;
  5. Aardnoten en producten op basis van aardnoten (pinda’s);
  6. Soja en producten op basis van soja;
  7. Melk en producten op basis van melk (met inbegrip van lactose);
  8. Schaalvruchten en afgeleide producten (noten);
  9. Selderij en producten op basis van selderij;
  10. Mosterd en producten op basis van mosterd;
  11. Sesamzaad en producten op basis van sesamzaad;
  12. Zwafeldioxide en Sulfiet in concentraties van ten minste 10 mg/kg of 10 mg/l;
  13. Lupine en producten op basis van lupine;
  14. Weekdieren en producten op basis van weekdieren.

Deze veertien stoffen zijn gekozen, omdat een groot aantal mensen hier overgevoelig voor blijkt te zijn of omdat ze bij sommige mensen bij inneming zeer ernstige tot levensbedreigende gevolgen voor de gezondheid kunnen hebben.

De etiketteringsrichtlijn behandelt alleen de bekende aanwezigheid van allergenen. De richtlijn geeft geen oplossing voor het vermelden van de mogelijke aanwezigheid van allergenen als gevolg van kruisbesmetting door bijvoorbeeld grondstoffen, opslag van grondstoffen en halffabrikaten, rework, het produceren van verschillende producten op een lijn, transport van grondstoffen en (half)fabrikaat binnen de productieeenheid, enz.

Voor alle andere dan de 14 genoemde allergenen is geen internationale consensus. Hiervoor blijven mensen met een voedselallergie aangewezen op de informatie die via de afdelingen 'Consumentenservice' van fabrikanten worden verstrekt en op de informatie die via databank ALBA wordt verstrekt.