Geschiedenis van specerijen

 Egypte, circa 2500 voor Christus

De eerste beschrijvingen van kruiden en specerijen stammen uit de tijden van het Oude Egypte. De 100.000 arbeiders die ongeveer 2600-2100 v. Chr. werkten aan de bouw van de piramides kregen uien en knoflook te eten om hun krachten op peil te houden. Naast het gebruik als voedingsmiddel, speelden kruiden en specerijen ook een belangrijke rol bij het mummificeren van de lichamen van de farao’s.

Het geloof in de terugkeer van de geest in het lichaam zorgde ervoor dat de oude Egyptenaren er alles aan deden om het lichaam van een overledene zoveel mogelijk intact te houden. Hiervoor werd onder andere de buikholte gereinigd en gespoeld met specerijen. Men gebruikte daarvoor komijn, anijs, majoraan, nootmuskaat en kaneel.

Van meerdere volkeren uit deze periode is het gebruik van kruiden en specerijen bekend als medicijn, wierook en parfum. De oude Grieken staan bijvoorbeeld bekend om het maken van een krans van laurierbladeren voor de winnaar van de Olympische spelen.

 Religieuze vertellingen

Het gebruik van kruiden en specerijen staat beschreven in verschillende vertellingen in de Bijbel. Zo gaf de Koningin van Sheba tijdens haar bezoek aan Koning Salamo zeer kostbare geschenken waaronder goud en edelstenen, maar ook kruiden en specerijen. Koning Salamo is na het ontvangen van degelijke geschenken betrokken geraakt bij de handel in kruiden en specerijen, waardoor hij een zeer rijk man geworden is.

Een andere bekende vertelling uit de Bijbel die verbonden is met de specerijenhandel, is het verhaal van Jozef en zijn jaloerse broers. De broers waren zo jaloers op de getalenteerde Jozef, dat ze op een dag besloten om hem te vermoorden. Ze stopten hem in een waterput, waar ze hem ten dode opgeschreven achter zouden laten. Ruban, een van zijn broers, kon het niet over zijn hart verkrijgen om zijn broer zo achter te laten. Juist op dat moment passeerde er een karavaan met slaven. Ruban besloot Jozef te verkopen, zo bleef hij in ieder geval in leven. Aan Jacob, hun vader, vertelden ze dat hun broer was gegrepen door een wild dier.

Om het treurige nieuws geloofwaardig over te laten komen, gaven ze Jacob één van Jozefs kledingstukken ingewreven met het bloed van een wild dier. Jozef werd doorverkocht aan het hof van Egypte, waar hij na verloop van tijd zeer gewaardeerd werd, omdat hij de betekenis van de dromen (over de 7 magere en 7 vette jaren) van de farao kon verklaren. Door de uitleg van Jozef werd het land van hongersnood behouden. Zijn broers werden wel getroffen en kwamen naar het hof voor graan in ruil voor specerijen.

Naast het Christendom is ook de Islam verbonden met de specerijenhandel. Mohammed, de profeet van de Islam, trouwde met een rijke weduwe van een specerijenkoopman. Het verhandelen van specerijen ging vergezeld met het verkondigen van het geloof.

 De monopoliepositie van de Arabieren, circa 1000 jaar voor Christus

Gedurende het millennium voor de geboorte van Christus hadden de Arabieren een monopoliepositie wat betreft de handel in kruiden en specerijen. Dit was gebaseerd op de zeggenschap die ze hadden over de transporten van specerijen van Oost naar West. Het vervoer vond in eerste instantie plaats via ezelkaravanen. Ongeveer 1000 jaar voor Christus werd de ezel vervangen door de dromedaris. Dit 1-bultige dier, dat weinig eisen stelde wat betreft voedsel en drinken, kon een last van 200 kg aan en met een gangetje van 3 km per uur legde het dier circa 35 km per dag af.

Oorspronkelijk kochten de Arabieren kaneel van Chinese of Javaanse kooplieden. De Arabieren behielden hun monopoliepositie over nootmuskaat en kaneel door de meest eigenaardige verhalen aan de oude Grieken en Romeinen te vertellen. Een van de legendes is dat grote roofvogels de kaneeltakken gebruikte voor het bouwen van een nest. De nesten van de dieren bevonden zich tegen steile rotswanden, onbereikbaar voor de mens.

De Arabieren legden grote stukken ezelvlees vlakbij de nesten, in de hoop dat de roofdieren ze naar hun nest brachten. De nesten waren niet op dat gewicht gebouwd en vielen erdoor naar beneden. Zodra het nest op de grond viel was het de kunst zo snel mogelijk de kaneeltakken uit het nest te trekken, voordat de roofvogels je te grazen namen. Niet alleen de schaarste, maar ook het gevaar dat het “oogsten” met zich meebracht, maakten de hoge prijzen van de Arabieren acceptabel. Pas in de eerste eeuw na Christus maakte de geleerde Romein Plinius een eind aan deze sterke verhalen.

 Eind van de Middeleeuwen; tijd van de Europese ontdekkingsreizigers

Marco Polo is een naam uit het verleden die zeker noemenswaardig is, wanneer we het hebben over specerijen. Marco Polo was de zoon van een juwelierskoopman en werd geboren in 1256. Binnen zijn familie was het Verre Oosten zeer geliefd. Dit blijkt wel uit de vele rondreizen die Marco Polo gedurende een periode van 24 jaar deed door China, India en Azië. Tijdens een zeeslag werd hij gevangen genomen. In de gevangenis heeft hij het boek: “De avonturen van Marco Polo” geschreven. Hierin heeft hij op poëtische wijze zijn ervaringen en bevindingen uiteen gezet. Dit boek heeft velen aangezet tot het verder ontdekken van de specerijenwereld. Enerzijds door de vele aanwijzingen voor vindplaatsen, maar anderzijds doordat hij diverse sterke verhalen van de Arabieren ontkrachtte.

In de 15e eeuw ontstaat een ware hausse in ontdekkingsreizen. De zeeroute naar India werd voor het eerst gevonden door Vasco da Gama via Kaap de Goede Hoop. Vasco keerde terug met een schip vol met nootmuskaat, kruidnagel, kaneel, gember en peper. Bovendien had hij de Indiase heersers zover gekregen een handelsovereenkomst te tekenen. (In oude geschriften uit India worden kruidnagel en nootmuskaat het eerst genoemd. De legende doet de ronde dat hoveniers verplicht waren op kruidnagel te kauwen voordat ze tot de keizer spraken, vanwege de ademverfrissende werking.)

Columbus vertrok met zijn schip om via de Westelijke route naar het Oosten te varen. In tegenstelling tot zijn verwachtingen was hij niet in Indië aangekomen, maar op een van de eilanden bij Cuba. Hij reisde terug naar Spanje om zo spoedig mogelijk terug te keren met 1500 man, zodat hij in de Nieuwe Wereld een heerschappij kon vestigen. Columbus nam onder andere piment, vanille, aardappelen, pinda’s en cacaobonen mee naar Europa.

 De 16e eeuw; de eerste Nederlandse schepen varen naar Azië

Nederland begon in de 16e eeuw een belangrijke rol te spelen in de kruiden- en specerijenhandel. De route naar Azië werd uitgestippeld onder leiding van Jan Huygen van Linschoten. Hij had jarenlang gewerkt voor de Portugezen en kon door zijn ervaringen precies in kaart brengen hoe men moest varen. Vandaag de dag zou dit onder de noemer van bedrijfsspionage vallen.

In 1595 vertrekken de eerste 4 schepen richting Azië. De route klopte, men kwam in Azië aan, alleen had de helft van de bemanning de tocht niet overleefd.

De Amsterdam was lek geraakt en moest achterblijven. Om de nieuwe techniek, waarmee het schip gebouwd was, niet open en bloot achter te laten voor de concurrenten, besloot men de fik erin te steken.

De 17e eeuw; de oprichting van de VOC

Kooplieden in Nederland waren na de eerste behouden vaart naar Azië niet meer te stoppen en liepen over van zelfvertrouwen. Ze legden geld bij elkaar en stuurden nog 22 schepen richting Azië. Voor de bouw van de schepen en de betaling van de bemanning was een behoorlijke som geld nodig. Mede om die reden besloot men de krachten te bundelen en onder leiding van Johan van Oldenbarneveldt werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht in 1602.

Bij veel mensen staat de VOC bekend om zijn rampreizen. Echter, dit misverstand moet uit de wereld geholpen worden, aangezien het merendeel van de schepen ongedeerd naar de thuishaven is teruggekeerd. Dit blijkt al uit alle producten waar we zelfs vandaag de dag nog veelvuldig gebruik van maken. Diverse specerijen, textiel, koffie, thee en suiker zijn uit onze cultuur niet meer weg te denken.

Ook de economische impact van de VOC was groot. Tussen 1602 en 1799 hadden de meeste banen direct of indirect een verband met de VOC. Te denken valt aan de timmerlieden in de scheepsbouw, de mensen die werkten op de werven, in de pakhuizen en de kantoren. Om nog maar niet te spreken van de duizenden bemanningsleden, die de risico’s waarmee de overtochten gepaard gingen voor lief namen. De waarde van kruiden en specerijen bracht voor de zeelieden diverse gevaren met zich mee. Buiten berovingen door piraten of concurrenten, was ook het weer een niet beïnvloedbaar gevaar tijdens iedere tocht. Soms bracht het weer ook voordelen, aangezien de wind ‘s zomers naar het Oosten blies en ‘s winters naar het Westen. Bij het voorbereiden van de tochten werd hier rekening mee gehouden.

 Internationale specerijenhandel in de 18e eeuw

De VOC groeide in zeer korte tijd uit tot een zeer machtig, welvarend en op internationaal vlak opererende organisatie. Helaas moest de organisatie beëindigd worden als gevolg van de Vierde Engelse Oorlog, die gevoerd werd van 1780 tot 1784. De Engelsen hadden zo goed als alle Indiase posten overgenomen, waardoor Azië voor de Nederlanders onbereikbaar werd.

Amerika was vrij laat met zijn betrokkenheid met de kruiden- en specerijenhandel. Maar toen men in de 18e eeuw begon met een inhaalrace, bleek al snel dat ze zeer succesvol waren. Binnen een mum van tijd waren de eerste scheepseigenaren miljonair.

Specerijenhandel op dit moment

De voornaamste handelscentra voor specerijen zijn tegenwoordig Rotterdam, Hamburg, Singapore en Bombay. Hoewel de handel zelf veelal via email, fax en telefoon plaatsvindt, is er voor de daadwerkelijke levering van specerijen niet eens zoveel veranderd in de loop der tijd. Nog steeds worden specerijen verpakt in grote jute balen en worden ze per schip naar de plaats van bestemming vervoerd.

Verstegen Spices & Sauces B.V. laat maandelijks enkele honderdduizenden kilo’s specerijen van zeer hoogstaande kwaliteit van alle delen van de wereld naar Rotterdam komen. Tot het moment van verwerking in de fabriek worden de specerijen in een van de handelsvemen, die Rotterdam al van oudsher rijk is, opgeslagen.

Tegenwoordig vinden we het bijna vanzelfsprekend dat diverse soorten kruiden en specerijen voorverpakt verkrijgbaar zijn in iedere supermarkt. Mensen die zich de tijd van voor de Tweede Wereldoorlog nog kunnen herinneren weten dat vroeger onder andere alle kruiden en specerijen persoonlijk door de kruidenier voor iedere klant werden afgewogen. Hier is de naam ‘kruidenier’ aan ontleend.

Het is bijna niet voor te stellen dat een pond gember ooit de waarde van een schip had en een zak peper ooit een mensenleven waard was. Kruiden en specerijen zijn op het moment relatief betaalbaar, zeker gezien de kleine hoeveelheid die we nodig hebben om een gerecht op smaak te brengen.

Onze multiculturele samenleving en verre vakanties stimuleren de vraag naar exotische gerechten uit alle werelddelen. Ook door de vele kookprogramma’s op tv en de niet aflatende stroom van nieuwe boeken op dit gebied neemt de vraag naar kruiden en specerijen de laatste jaren toe. De handel is dan ook levendiger dan ooit.

 Verstegen en Fair Trade

Fair Trade, oftewel eerlijke handel, vinden wij bij Verstegen belangrijk. Daarom heeft Verstegen een overeenkomst gesloten met een partner in Papua Nieuw Guinea en betaalt daar een prijs voor vanille bonen die boven de marktprijs ligt. De partner is met dezeVanille bijdrage bezig een schooltje op te richten waar boeren nog meer leren over de vanille en daarmee ons weer een betere kwaliteit kunnen leveren. In een later stadium zullen er ook andere scholingsprojecten opgezet gaan worden en zal er aandacht aan gezondheid gegeven gaan worden. Verstegen heeft als voordeel dat er een steeds betere kwaliteit gekocht kan worden maar vooral wordt de levensstandaard van de boeren aldaar steeds hoger en krijgen zij en hun gezin een betere toekomst.

Ook in Indonesië, om precies te zijn op Ambon, heeft Verstegen een partner gevonden.

Een Nederlands - Ambonese familie is daar bezig met het opzetten van een bedrijfje voor de bewerking van nootmuskaat en foelie. Aankoop van grond, bouwen van loodsen die voldoen aan Nederlandse normen en het leggen van contacten met boeren is in volle gang. Bedoeling is om de boeren te leren hoe ze op een hygiënische manier te werk kunnen gaan en hoe ze een kwalitatief goed product kunnen leveren. De boeren krijgen een hogere prijs, er wordt werkgelegenheid gecreëerd en de plaatselijke gemeenschap wordt gesteund. Er is al straat verlichting aangelegd en de lagere school heeft een bijdrage gekregen.

In de toekomst zullen er meer van deze projecten gestart worden. In de tussentijd eisen wij voor alle andere producten die ingekocht worden natuurlijk dat er in geen geval gebruik gemaakt mag worden van kinderarbeid. Zo is Verstegen op meerdere fronten bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

 Verstegen Spices & Sauces B.V.(en) Specerijen

Door de combinatie van hoogwaardige kruiden, specerijen en andere grondstoffen ontstaan in de proefkeuken van Verstegen Spices & Sauces B.V. regelmatig weer nieuwe mengsels en sauzen. In een handomdraai brengt u uw gerechten op smaak met deze kant en klare producten, waarbij succes verzekerd is.

U staat hierin niet alleen. De kruiden en specerijen van Verstegen Spices & Sauces B.V. worden in veel producten zoals snacks, sauzen, soepen, salades, vlees, vleeswaren, groentemengsels, marinades enzovoorts gebruikt. Deze producten zijn kant-en-klaar bij supermarkt of bijvoorbeeld slagerij te koop. Het zal u dan ook niet verbazen dat een smakelijk product vaak Verstegen kruiden en specerijen bevat. Dit geldt ook voor veel gerechten die u buiten de deur eet, want veel (chef-)koks gebruiken kruiden en specerijen van Verstegen Spices & Sauces B.V.